|
24/25 juli 2010 17e zondag door het jaar

Dagopening
Op sommige scholen wordt de dag begonnen met het lezen van een dagopening. Aan de hand van een Bijbeltekst wordt een korte gedachte gegeven en kan besloten worden met een kort gebed. Maar dan kan het ook gebeuren dat je als leraar het eerste uur een dagopening hebt gehouden, maar dat het tweede uur een klas komt die dan pas aan de lesdag begint. Dan lees je natuurlijk nog een keer de dagopening. Toen er echter voor de derde keer een klas kwam die meldde dat ze nog geen dagopening gehad hadden, verzuchtte een oud-college van mij aan het begin van het gebed: “U zult wel denken God, daar heb je Van der Vliet weer...”.
Als we de lezingen van het komende weekend er bij halen, dan vermoed ik toch dat God niet zo denkt. We horen over Abraham die bij God blijft aandringen om een stad met zondaars te sparen, zelfs als er nog maar vijfenveertig, of dertig, of twintig, of maar zelfs tien rechtvaardigen zijn. God komt Abraham tegemoet. Hij zal wel geamuseerd hebben geluisterd naar het doorzettingsvermogen van Abraham. Ook Jezus geeft ons hetzelfde beeld van God: “Als gij dus, -ofschoon ge slecht zijt- goede gaven aan uw kinderen weet te geven, hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen.”
Ons gebed tot God is als het verzoek van iemand die blijft aandringen. God wordt niet moe om te blijven luisteren. Dat ook wij niet moe worden om ons tot Hem te richten.
pastor Albert Buter |